de scriptiebegeleider

Gerard Bartels in Leiden

 

Fiscale aftrekbaarheid van studiekosten of andere scholingsuitgaven


Lees dit goed


De fiscus biedt mogelijkheden om studiekosten aftrekbaar te maken. Onder studiekosten vallen ook de kosten die gemoeid zijn met de begeleiding van een scriptie of een master thesis. Om je goed te informeren verwijzen we naar de volgende website van de Belastingdienst:  http://www.belastingdienst.nl/download/1988.html


Ook kun je de Belastingdienst of de Belastingtelefoon altijd even bellen voor een advies. Een telefoontje is zo gepleegd en realiseer je dat de medewerkers van de Belastingdienst mensen altijd vriendelijk en welwillend te woord staan.


Aan de informatie die hieronder over de fiscaal aftrekbare studiekosten wordt gegeven mogen geen rechten worden ontleend. Evenmin kan Scriptiebegeleider op de inhoud van onderstaande informatie aangesproken worden. Fiscale regelgeving verandert namelijk voortdurend!



Samenvatting


Hieronder wordt in hoofdlijnen de fiscale aftrekbaarheid van studiekosten uiteengezet.

Om maar direct een misverstand uit de wereld te helpen, studiekosten kunnen alleen afgetrokken worden van het inkomen dat de student zelf verwerft. Ouders mogen van de fiscus van hun eigen inkomstenbelasting geen studiekosten aftrekken die betrekking hebben op hun studerende kinderen, ondanks het feit dat die studiekosten geheel of gedeeltelijk door de ouders van de student betaald worden. Onder studiekosten verstaat de fiscus ondermeer kosten die gemaakt worden ten behoeve van scriptiebegeleiding, uitgaven in verband met de aanschaf van boeken, collegegeld, bezoek aan symposia en congressen, externe tentamenvoorbereiding etc.. Geadviseerd wordt de Belastingtelefoon te bellen of de fiscale wetgeving te raadplegen voor de precieze omschrijving van aftrekbare kosten, de toepassing, de interpretatie van de fiscale regelgeving en de meest actuele stand van zaken. Hou er rekening mee dat de fiscale wetgeving heel snel kan veranderen en die veranderingen kunnen in sommige gavallen vrij fors zijn.


Om studiekosten af te mogen trekken moeten deze kosten een minimum van € 500 bedragen tot een maximum bedrag van € 15.000. Tussen de €500 en €15.000 mogen studiekosten afgetrokken worden. Het bedrag van € 500 wordt de zogenoemde fiscale drempel genoemd. Dit bedrag moet je altijd van je studiekosten aftrekken nog voordat je de studiekosten van je inkomsten kunt aftrekken.

Wat verder nog van belang is of je studiefinanciering ontvangt en zoja, of dat in de vorm van een beurs of een lening geschiedt en tenslotte of je nog bij je ouders woont of op kamers woont.

Onthoud ook dat als je een jaar lang nauwelijks of geen inkomsten hebt, en in het jaar van afstuderen kan dat een heel reëel scenario zijn, maar wel studiekosten hebt, bijvoorbeeld de kosten voor scriptiebegeleiding, de fiscus jou de mogelijkheid biedt om die kosten naar het volgende jaar over te hevelen, wanneer je wel inkomsten hebt. Het is een voor de hand liggend scenario dat je na je afstuderen een baan aangeboden krijgt en daarmee een inkomen verwerft. Van dat inkomen kun je dan bijvoorbeeld de kosten die gemoeid waren met de begeleiding van je scriptie van aftrekken.


De fiscus maakt een onderscheid tussen twee soorten studenten:

a.studenten die geen recht meer hebben op studiefinanciering

b.studenten die een prestatiebeurs hebben


a.Studenten die geen recht meer hebben op studiefinanciering kunnen bijvoorbeeld ook hun collegegeld aftrekken. Hou er rekening mee dat je van je aftrekbare studiekosten eerst nog de fiscale drempel van € 500 moet aftrekken.


b.Studenten die een prestatiebeurs hebben, moeten als zij studiekosten willen aftrekken van hun inkomsten, rekening houden met de door de fiscus gehanteerde normbedragen. Deze normbedragen zijn ieder jaar weer anders. Raadpleeg daarvoor de meest recente informatie van de Belastingdienst, bel de Belastingtelefoon of vraag het even na bij de belastingadviseur van je ouders, als zij die hebben. Hou ook rekening met de fiscale drempel, € 500 die ook in dit geval van toepassing is en eerst afgetrokken moet worden.


¬Indien de studiekosten die gehad hebt, lager zijn dan tweemaal het normbedrag, dan zijn de aftrekbare studiekosten gelijk aan tweemaal het normbedrag verminderd met de beurs die je hebt ontvangen.

¬Indien de werkelijke studiekosten hoger zijn dan tweemaal het normbedrag, dan zijn de aftrekbare studiekosten gelijk aan de werkelijke uitgaven minus het normbedrag minus de ontvangen beurs.


Dit zijn globale richtlijnen. De fiscale wetgeving kent tal van uitzonderingen die misschien wel op jouw situatie van toepassing zijn.



Hieronder wordt wat dieper op de fiscale regels met betrekking tot de aftrekbaarheid van studiekosten ingegaan. Ook deze informatie kan door veranderingen in de regelgeving niet meer volledig actueel zijn. Raadpleeg altijd een deskundige bijvoorbeeld bij de Belastingdienst, via de Belastingtelefoon of de belastingadviseur van je ouders. Een telefoontje is zo gepleegd en realiseer je dat de medewerkers van de Belastingdienst mensen altijd vriendelijk en welwillend te woord staan. De bron van de onderstaande gegevens is de Belastingdienst


De fiscus zegt het volgende over de aftrekbaarheid van studiekosten:

Volg je in 2009 een opleiding of een studie voor een (toekomstige) beroep? Dan mag je de uitgaven hiervoor, zoals lesgeld en de uitgaven voor boeken, aftrekken als persoonsgebonden aftrek.


Voor het aftrekken van studiekosten heeft de fiscus een aantal voorwaarden geformuleerd:


Je studiekosten of andere scholingsuitgaven mag je onder de volgende voorwaarden meetellen:


¬Jijzelf of je fiscale partner doen de uitgaven voor de studie.

¬De opleiding of studie is gericht op jouw beroep of toekomstige beroep.

¬Er is sprake van een leertraject. Dat is zo als het verwerven van kennis onder begeleiding of toezicht plaatsvindt.

¬De uitgaven (min eventuele vergoedingen) zijn hoger dan de drempel van € 500. De uitgaven boven de drempel mag je aftrekken.


Je aftrekbare scholingsuitgaven mag je meestal aftrekken tot een bedrag van maximaal

€ 15.000.

Krijg je voor je studiekosten of andere scholingsuitgaven een vergoeding? Bijvoorbeeld van je werkgever? Dan moet je deze vergoeding eerst van je uitgaven aftrekken voordat je het aftrekbedrag berekent!


De volgende kosten mag je meetellen:


olesgeld, collegegeld of instellingscollegegeld;

okosten voor studieboeken of vakliteratuur;

oafschrijving duurzame zaken. De afschrijving van een duurzame zaak hoort uitsluitend tot de studiekosten voor zover je die zaak gebruikt voor de opleiding of studie. Hierbij moet je rekening houden met de restwaarde en de levensduur. Voor computers en randapparatuur geldt een levensduur van drie jaar en een restwaarde van 10%;

ouitgaven voor zogenoemde EVC-procedures (Erkenning Verworven Competenties). Je kunt deze uitgaven aftrekken. Je kunt je competenties laten vastleggen in een verklaring (de EVC verklaring). Deze verklaring moet je krijgen van een daartoe erkend instituut.


De volgende kosten mag je niet meetellen:


rente voor studieschulden;

uitgaven voor levensonderhoud, bijvoorbeeld huisvesting, voeding en kleding;

reis- en verblijfkosten;

uitgaven voor studiereizen of excursies;

uitgaven voor een werk- of studeerruimte (ook niet de inrichting daarvan).



Let op!


Voor studies die onder de Wet Studiefinanciering 2000 vallen, gelden eigen regels voor het berekenen van de aftrek!


¬Vermeld bijvoorbeeld lesgeld en kosten voor studieboeken of vakliteratuur. Het gaat hier uitsluitend om de studie die je zelf volgt.


¬Vermeld de uitgaven die jijzelf of je fiscale partner voor je studie doen. Eventuele vergoedingen moet je aftrekken van deze kosten.



Studiefinanciering


Bij de berekening van het aftrekbedrag studiekosten of andere scholingsuitgaven, moet je rekening houden met de studiefinanciering die je krijgt of waar je recht op hebt. Zelfs als je geen studiefinanciering aanvraagt, maar er wel recht op hebt, moet je hier rekening mee houden. Nadat je de studiekosten hebt uitgerekend, moet je de drempel van € 500 nog in aftrek brengen. Het bedrag dat je overhoudt, zijn je aftrekbare studiekosten. Je kunt het normbedrag min de beurs die je krijgt (tempobeurs) of de rentedragende lening die je krijgt (prestatiebeurs), meetellen. De normbedragen vindt je in de Tabel normbedragen MBO en de Tabel normbedragen HBO/WO. Naast het normbedrag heb je ook het bedrag nodig van het lesgeld of collegegeld per maand. Een overzicht daarvan vind je in de Tabel overzicht lesgeld en de Tabel overzicht collegegeld.



Beschikking van Informatie Beheer Groep


Als je zelf in 2009 van de IB-Groep een beschikking krijgt voor het omzetten van je lening, zijn de volgende twee situaties belangrijk:


¬Als in 2009 je beurs over een eerder jaar definitief is omgezet in een rentedragende lening, mag je alsnog een bedrag meetellen voor het jaar waarop de beurs betrekking heeft. In dit geval voldoet je niet aan de voorwaarden voor een tempobeurs.

¬Als in 2009 je rentedragende lening over een eerder jaar definitief niet is omgezet in een gift, kun je in 2009 alsnog een bedrag meetellen. In dit geval voldoe je niet aan de voorwaarden voor een prestatiebeurs.


Welke bedragen je mag meetellen, hangt af van je uitgaven en van het onderwijs dat je volgt. Vanaf september 2007 is de studiefinanciering meeneembaar naar alle landen ter wereld. Voorwaarde is wel dat de opleiding in het buitenland erkend is door de Informatie Beheer Groep (IB-Groep). Meer informatie hierover vindt je op www.ib-groep.nl


Let op!


Het (wettelijk) collegegeld voor het hoger onderwijs is een vast bedrag. Voor het studiejaar 2008-2009 is dat  € 1.565. Maar ben je bij aanvang van het studiejaar 30 jaar of ouder? Dan moet je het instellingscollegegeld betalen. Je moet ook instellingscollegegeld betalen als je aan een niet bekostigde (particuliere) instelling studeert of in het buitenland. Het bedrag kan verschillen per opleiding of instelling. U kunt ook een lening vragen om het (instellings)collegegeld te betalen. Dit heet het collegegeldkrediet. Deze lening wordt, net als de rest van de studiefinanciering, per maand uitbetaald. Het collegegeldkrediet kan nooit worden omgezet in een gift. Meer informatie hierover vindt u op www.ib-groep.nl



Je volgt hoger onderwijs


Voor iedere maand dat je studiefinanciering krijgt of recht hebt op studiefinanciering, geldt een normbedrag. Je hebt de maandelijkse normbedragen nodig om je aftrek te kunnen  berekenen.



Berekening


Ga na voor welke maanden je in 2009 studiefinanciering krijgt of recht hebt op studiefinanciering. Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar op. Vermenigvuldig het totaal van deze normbedragen met twee. Dit bedrag vergelijktje met de herrekende studiekosten in de maanden die je voor deze studie hebt.


De herrekende studiekosten bestaan uit:


•Het bedrag van het (instellings)collegegeld dat betrekking heeft op de maanden juli tot en met december.

•Het bedrag dat je betaalt voor andere aftrekbare studiekosten in deze maanden, zoals kosten van boeken.


a.Zijn de herrekende studiekosten over deze maanden lager dan dit bedrag? Dan trekt je het totaalbedrag van de normbedragen over deze periode, verminderd met de gekregen beurs over deze periode en eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen, af.


b.Zijn de herrekende studiekosten over deze maanden hoger dan dit bedrag? Dan trekt je de totale studiekosten over deze maanden, verminderd met het totaalbedrag van de normbedragen over deze periode, het bedrag van de beurs dat je krijgt in deze periode en eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen, af.


Voorbeeld


Let op!    De gebruikte bedragen zijn van 2008!


Je volgt in de maanden september tot en met december 2009 een universitaire opleiding. Je betaalt geen collegegeld, maar instellingscollegegeld. Je betaalt hiervoor € 2.400. Je studiekosten zijn in deze maanden € 4.000. Je krijgt in de maanden september tot en met december 2009 een beurs van € 120 per maand. In totaal hebt je in 2009 viermaal € 120 is € 480 gekregen. Het totale normbedrag over deze periode is voor jou vier maal € 185,42 is € 741,68. Tweemaal het voor jou geldende normbedrag van € 741,68 is dan € 1.483,36.


Je betaalt instellingscollegegeld. Per maand bedraagt het instellingscollegegeld € 200. Het instellingscollegegeld voor de maanden september tot en met december is dan € 800. Daarnaast betaal je voor overige studiekosten € 4.000. Je herrekende studiekosten over deze periode zijn in totaal € 4.800 (€ 800 + € 4.000).


Je herrekende studiekosten zijn hoger dan tweemaal het voor jouw geldende normbedrag van € 1.483,36. Je mag nu het verschil tussen je werkelijke uitgaven en het normbedrag aftrekken. Deze uitkomst verminder je met het totaalbedrag van de door jouw gekregen beurs van € 480. In dit voorbeeld is dat € 6.400 min € 741,68 min € 480 is € 5.178,32. Je moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Als je verder geen scholingsuitgaven hebt, heb je dus een aftrek van € 4.678,32.


Schema 'Studiekosten bij prestatiebeurs: aftrek in jaar van uitgaven'


Gebruik dit schema als u de aftrek voor studiekosten berekent over het jaar waarin u de uitgaven hebt gedaan, verwijzen we naar het schema dat je kunt vinden op de website van de Belastingdienst. Zie http://www.belastingdienst.nl/download/1988.html

Ga daarbij uit van de herrekende studiekosten, het normbedrag en de gekregen prestatiebeurs.



Voorbeeld berekening aftrek studiekosten bij prestatiebeurs


Je vindt hier de volgende twee berekeningen van de aftrek:

> over het jaar waarin de uitgaven zijn gedaan

> over het jaar waarin de IB-Groep u een definitieve beschikking stuurt over het wel of niet

   omzetten van de prestatiebeurs in een gift.


De onderstaande tabel geeft een voorbeeld dat aansluit bij de berekening van de aftrek studiekosten bij een prestatiebeurs. In 2009 stuurt de IB-Groep een beschikking dat de prestatiebeurs niet wordt omgezet in een gift.












Berekening aftrek 2005:


ϖDe werkelijke studiekosten in 2005 zijn hoger dan tweemaal het normbedrag.

ϖDe aftrek is dan: € 8.000 – € 3.600 – € 1.500 is € 2.900.


Berekening aftrek 2006:


ϖDe werkelijke studiekosten in 2006 zijn lager dan tweemaal het normbedrag.

ϖHet normbedrag is hoger dan de prestatiebeurs.

ϖDe aftrek is dan € 2.600 – € 1.700 is € 900.


Berekening aftrek 2007:


ϖDe werkelijke studiekosten in 2007 zijn lager dan tweemaal het normbedrag.

ϖHet normbedrag is lager dan de prestatiebeurs: Er is dan geen aftrek.


Berekening aftrek 2009:


ϖDe werkelijke studiekosten zijn meer dan twee maal de totale normbedragen.

ϖHet totaal van de werkelijke studiekosten is (€ 8.000 + € 5.000 + € 3.000 =) € 16.000.

ϖHet totaal van de normbedragen is € 7.900.

ϖDe prestatiebeurs is niet omgezet in een gift.

ϖIn 2009 is aftrekbaar het totaal van de gekregen prestatiebeurs € 5.200.


In bovenstaande berekeningen is nog geen rekening gehouden met de jaarlijkse drempel.


Let op!


Voor een rekenhulp aftrekbedrag studiekosten of andere scholingsuitgaven zie

http://www.belastingdienst.nl/download/1988.html


Je mag maximaal € 15.000 als studiekosten of andere scholingsuitgaven aftrekken. Er zijn twee uitzonderingen:


1.Je mag het maximum verhogen als je prestatiebeurs in 2009 definitief niet wordt omgezet in een gift. Het maximum verhoog je met het bedrag dat je door het niet omzetten van je prestatiebeurs als aftrekbare studiekosten mag aftrekken.


2.Als je in 2009 een studie of opleiding volgt tijdens je standaardstudieperiode, geldt geen maximaal aftrekbedrag.


Standaardstudieperiode


De standaardstudieperiode is een periode van maximaal 16 kalenderkwartalen waarin je je tijd voornamelijk aan je studie besteedt. Je moet zoveel tijd aan de studie besteden, dat je daarnaast geen volledige baan hebt. De standaardstudieperiode ligt tussen je 18e verjaardag en je 30e verjaardag. Je bepaalt zelf op welke datum je standaardstudieperiode ingaat. De periode hoeft niet aaneengesloten te zijn.


Fiscale partner


Heb je heel 2009 een fiscale partner? Dan tel je je aftrekbare studiekosten en andere scholingsuitgaven bij elkaar op. Het gaat hier om de aftrekbare uitgaven die jij en je fiscale partner betalen voor jouw studie. Hiervan trek je de drempel af. Als je fiscale partner ook studiekosten hebt, tel je ook zijn aftrekbare studiekosten en andere scholingsuitgaven bij elkaar op. Het gaat hier om de aftrekbare uitgaven die jouw fiscale partner en jijzelf betalen voor zijn studie. Hiervan trek je de drempel af. Vervolgens kun je het aftrekbedrag verdelen zoals je dat wilt, als het totaal maar 100% is.


Geen fiscale partner


Hebt je geen fiscale partner? Dan trekt je alleen jouw eigen uitgaven af. Dit geldt ook als je een deel van 2009 een fiscale partner hebt en niet kiest om heel 2009 elkaars fiscale partner te zijn. Van je uitgaven trek je de drempel af.


Met de Rekenhulp aftrekbedrag studiekosten of andere scholingsuitgaven kun je je aftrekbedrag voor studiekosten of andere scholingsuitgaven berekenen

zie: http://www.belastingdienst.nl/download/1988.html


Bron: de Belastingdienst